donderdag 26 januari 2012

Staken voor erkenning en ruimte - deel 2

Vandaag staak ik omdat ik mij niet gesteund voel als docent door de overheid. Ik voel mij niet erkend als professional. Bovendien ervaar ik dat de voorgestelde maatregelen als de urennorm mij nog meer ruimte ontnemen om mijn vak serieus uit te oefenen.

Dat de minister de staking onverantwoord vindt, maakt me boos en verdrietig. Een leraar staakt helemaal niet zomaar, omdat die weet dat zijn leerlingen daar direct de dupe van zijn. Op zo'n dag als vandaag is er dan ook écht iets aan de hand. Juist die erkenning voor onze professionaliteit, die wordt met zo'n opmerking keihard onderuit geschopt en dat vindt ik een gemiste kans en, zoals gisteren gezegd, haaks staan op het overwegend positief ingezette onderwijsbeleid.

Hieronder staat mijn 'onderbouwing van de dag'. Deze breidt uit wat ik hierboven heb gesteld. Bovendien onderbouw ik nota bene welke onderbouwing ik allemaal mis.

Getuige een keurig interview dat nu.nl heeft gehouden met minister Van Bijsterveld vindt de bewindsvrouw het dus onverantwoord dat leraren staken. Ze gebruikt de ruimte (sic!) ook goed die ze krijgt om antwoord te geven op enkele bezorgde vragen die op de nieuwssite waren gepost. Ik heb natuurlijk aandachtig geluisterd naar inhoudelijke gronden voor het beleid waartegen vandaag wordt gedemonstreerd, maar ik heb die niet gevonden. Visie? Heb ik niet gevonden. Steun? Heb ik niet gevonden.

De eerste vraag gaat over het gegeven dat Van Bijsterveld niet heeft geluisterd naar het advies van de commissie-Cornielje dat heeft geadviseerd om de urennorm niet te verhogen naar 1040 antwoord zij dat er nu eenmaal politieke verschuivingen zijn geweest in de Tweede Kamer en dat die ertoe hebben geleid dat de norm opnieuw op tafel is gekomen. Dat mag allemaal wel waar zijn, maar een inhoudelijk argument om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren is dat niet. Men stelle zich een aannemer voor die een gebouw moet renoveren dat door erg veel mensen wordt gerespecteerd en dat zelfs door een groot deel van de voorbijgangers mooi wordt gevonden. Hij zal allicht onderzoeken welke materialen er zijn gebruikt, hoe de authenticiteit van het aanzicht behouden blijft en welke moderne middelen de hele constructie voor de voorlopige eeuwigheid overeind zal houden. Vervolgens stelle men zich voor dat de onderaannemer (die een convenant heeft gesloten met de aannemer om hem in principe te steunen) gaat opperen dat de houten balken die het dak dragen moet worden vervangen door balken van het soort piepschuim dat wordt gebruikt bij het verpakken van dvd-spelers. Bovendien voegt de onderaannemer toe dat hij de steun geniet van een aanzienlijk deel van de klandizie van de aannemer. Ik mag aannemen dat dan de logica zegeviert bij de aannemer en dat hij denkt: uit onderzoek blijkt dat ik moet vasthouden aan mijn intelligente plan, ik luister niet naar die kwats. Dat geldt ook voor de minister: een verstandige beslissing neem je naar aanleiding van een gedegen onderzoek.

Natuurlijk doelt de minister vooral op de PVV. Die partij beweert dat de Nederlandse cultuur onder meer voortkomt uit het humanisme. U weet wel, dat is die stroming van intellectuelen aan het einde van de middeleeuwen die - onder andere zaken - een hernieuwde belangstelling aan de dag legde voor de filosofen uit de Griekse Oudheid. Dankzij allerlei contemporaine - voornamelijk islamitische - wetenschappers zijn de geschriften tot in die tijd behouden gebleven en daarin stond al te lezen dat je een bewering met feiten moet onderbouwen (en dat feiten bovendien niet zomaar feitelijk zijn). Naar goede humanistische gewoonte ben ik ad fontes gegaan (terug naar de bron) om te kijken wat de PVV in zijn verkiezingsprogramma heeft opgeschreven over onderwijs.

Tot mijn gedegen onderwijs behoort dat ik mijn leerlingen bijbreng hoe goed te argumenteren en hoe goed een alinea op te bouwen. Dat betekent dat in een goede alinea een kernzin staat, gevolgd door minimaal twee uitleg- en/of voorbeeldzinnen die aansluiten bij die kernzin. Als ik alleen al tekstkritisch naar de onderwijsparagraaf kijk, krijg ik het vermoeden dat de PVV niet sterk is geworteld in het humanisme.

Zo lees ik het volgende: "De herbouw van het onderwijs begint bij de basis: de pedagogische academie. Juist daar moet vakinhoud weer centraal staan." Hier wordt voorbijgegaan aan de vraag of de nadruk niet al ligt op die vakinhoud, want de alinea gaat als volgt verder: "Onze kinderen in het basisonderwijs hebben recht op goed opgeleide onderwijzers. Dat geldt voor alle onderwijslagen." Dat is een nieuw onderwerp, maar de bewering op zichzelf is gefundeerd in de wet en iedereen met een gezond verstand zal het eens zijn met deze stelling. Gaat de PVV hier dieper op in? Nee; de alinea gaat door: "Op school kom je om hard te werken. Dus zeggen we gedag tegen de ‘alles-is-leuk’-cultuur." - Ik heb mijn leerlingen even gevraagd of zij snappen wat deze cultuur inhoudt, maar zij keken mij langdurig vragend aan. Ook ik zou niet weten wat hier wordt bedoeld. Uitleg komt er niet en de alinea is nog niet af: "De onderwijzer wordt weer gewoon aangesproken met ‘meester’ of ‘juf’." - Wat deze verplichting bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijs wordt niet onderbouwd. - "De Canon van Nederland wordt verplicht op de basisschool, het volkslied wordt geleerd en op elke school hangt onze vlag. - Welke canon wordt hier bedoeld? Die van de geschiedenis of die van 'Nederlandse' ruimtevaartexperimenten? En wat betekent 'onze vlag'? De vlag van Nederland of die van de PVV? - Niets wordt nader verklaard. De alinea besluit met "Goede scholen zijn veilige scholen.", overigens ook zonder 'veilige scholen' nader te definiëren.

Vrijwel alle alinea's zijn zoals hierboven beschreven opgebouwd. Het geheel leest niet prettig. Ik ben oprecht geïnteresseerd in alle standpunten van iedereen; ik beschouw mijzelf als een nette burger. Ik wil echter ook begrijpen waarop die zijn gefundeerd. Dat betekent dat ik het als bijzonder fijn ervaar als het een en ander verzorgd is geformuleerd in sterk overkomende alinea's. De in het verkiezingsprogramma opgestelde tekst komt onbeholpen op mij over. Zo kan ik ook wel iets verzinnen: "Koeien geven steeds vaker zure melk. Dat komt omdat zij machinaal worden gemolken. Er moeten weer meer handen aan de koe. Kippen moeten vaker meergraneneieren leggen. Op dichtgevroren boerensloten moet geschaatst kunnen worden in januari."

Ook bij de puntsgewijs gepresenteerde oplossingen wordt alleen maar geponeerd. Om maar eens wat te noemen: "Ambachtsschool terug." Maar waarom? Met welke inhoud? Met welk doel? En er wordt he-le-maal niets, NIETS, gezegd over de 1040-urennorm. Het fundament voor deze beslissing vind ik dus niet terug in het verkiezingsprogramma. Deze humanistische oefening heeft mij niets anders opgeleverd dan dat ik moet constateren dat weinig standpunten van de PVV onderbouwd lijken; overigens naar verluidt is dat een gewoonte die we al kennen sinds de dagen van Thales van Milete en dat was zes eeuwen voor het begin van onze jaartelling.

Tegelijkertijd blijf ik het standpunt van de minister maar niet begrijpen in de discussie over werkdruk. Helaas is de aandacht nu verschoven naar het aantal vakantiedagen en gaat ook hier de hele inhoud niet over de kwaliteit van onderwijs. Bovendien heeft de minister helemaal geen zeggenschap over hoe de vakanties worden ingepland. Daarover gaat het in de cao-onderhandelingen. De door haar voorgestelde maatregelen zijn er mijns insziens alleen op geënt om de 1040-uren beter in het werkschema van scholen, leraren en leerlingen te proppen.

Dat de publieke discussie zich voornamelijk op onderbuikniveau afspeelt, maakt me bezorgd. Stemmen van buiten de onderwijssector beweren zomaar dat leraren niet weten wat werkdruk is en dat er toch zoveel vakanties zijn. Dit mag geroepen worden, maar ik zie graag dat het allemaal onderbouwd wordt en juist die bewijslast zie ik niet. Je zou haast zeggen dat er nog een hoop onderwijs te verrichten is.

De staking is hartstikke terecht! Het voorgestelde onderwijsbeleid levert alleen meer werkdruk op voor leraren en het geeft geen enkele blijk van waardering of erkenning voor de vele professionals die dagelijks voor de klas staan. Er is immers geen enkel fundament, geen bewijs voor de stellingname van de regering. Bij de PVV, de partij die de urennorm weer op de agenda heeft gezet, moet men zich zelfs achter de oren krabben of een cursus elementair schrijven en argumenteren geen interessante optie is.



woensdag 25 januari 2012

Staken voor erkenning en ruimte

Geachte heer Zijlstra,

Op de woensdag voor Kerstmis heb ik uit uw handen de Promotiebeurs voor leraren mogen ontvangen. Die beurs stelt mij, en 35 andere docenten, in staat om de komende vier jaar twee dagen per week te werken aan mijn onderzoek te werken, om uiteindelijk te promoveren. Natuurlijk ben ik heel blij dat ik door de strenge, intensieve selectie ben gekomen, want dat betekent dat ik de ruimte heb gekregen om mijzelf door te ontwikkelen als vakman.

Donderdag ga ik staken. Ik houd helemaal niet van staken. Ik houd van dagen waarvan ik 's avonds thuis denk dat er nuttige activiteiten hebben plaats gehad voor leerlingen en dus voor mij. U weet wel, fijne, gewone dagen. Dat ik donderdag ga staken komt omdat ik het gevoel heb dat mij juist een andere vorm van ruimte wordt ontnomen. Juist de 1040-urennorm, de prestatiebeloning en het ongecompenseerd terugdringen van vakantiedagen zijn twee voorgestelde maatregelen die daar lijnrecht tegenover staan. Zo'n beurs vind ik een goede beslissing van de overheid - overigens ook als ik die toegekend had gekregen.

Als inmiddels ervaren docent weet ik dat een leerling in beginsel niets leert van onderwijs. Een mens leert alleen als die dat zelf wil. Volgens de behoeftenhiërarchie van Maslow komt men tot zelfontwikkeling, het hoogste niveau, door zich erkend te voelen. Erkenning kent dan weer verschillende niveaus: van een goed cijfer of een beloning of een compliment naar hogere vormen als het krijgen van verantwoordelijkheid of uiteindelijk: ruimte. Onderwijs is vooral een communicatief proces binnen het door een docent geschapen zogenaamde pedagogische klimaat; die ruimte, die erkenning.

De reden waarom ik ook niet begrijp dat er wordt teruggegrepen op de hierboven genoemde maatregelen, is omdat het mijns inziens zo haaks staat op wat de overheid van te voren als beleid heeft aangekondigd. De doelen die zijn gesteld in actieplannen als 'Beter presteren' en 'Leraar 2020 - een krachtig beroep!' vind ik ook prima: sterke mensen voor de klas, leraar als gewild beroep en reflectie als structureel onderdeel van mijn baan. Dit alles geeft mij het juist wél het gevoel dat ik ruimte krijg en dat ik word gesterkt als professional, net zoals bij die promotiebeurs.

Er zijn inmiddels onderzoeken te over waaruit blijkt dat er geen verband bestaat tussen toenemen van het inkomen en geluksbeleving. Prestatieloon schijnt alleen te werken bij mensen die kortcyclische arbeid verrichten: als iemand meer dopjes op tubes tandpasta heeft geschroefd dan zijn collega, krijgt die meer salaris. Voor het werk als leraar geldt dat allemaal juist precies niet; ik heb nog geen baan gezien of ervaren waar je dikwijls tegelijk en op verschillende niveaus allerlei uitdagingen krijgt te verwerken. Dat maakt het vergelijken van prestaties van leraren ook veel lastiger en ingewikkelder, vooral als daar een geldelijke beloning tegenover moet staan. Hoe druk je bijvoorbeeld een pedagogisch klimaat uit in arbeidsloon?

Als leraar heb je eigenlijk alleen echt vakantie in de zomer. In alle andere vakanties werk je door aan je onderwijs en aan de toetsing ervan, net zoals je in je tijd als leerling of student meestal iets te doen had in een vakantie. Dat vinden de meeste leraren ook prima, evenals het feit dat er alleen maar gereisd kan worden in het hoogseizoen of dat ziekte in vakantietijd niet gecompenseerd kan worden als er weer leerlingen in het lokaal zitten. Onderwijsdagen zijn lang, kennen weinig tot geen pauze en vergt een voortdurende alertheid, een goede concentratie en een hele berg aan andere vaardigheden om pubers op te leiden voor een vervolgstudie. Aan mensen die nooit in het onderwijs hebben gewerkt is dit overigens lastig uit te leggen, weet ik. Wat iedereen wel snapt is dat het schrappen van vakantiedagen een ongelukkig middel is in het bestrijden van de grote werkdruk, het beoogde doel.

De commissie-Cornielje - voorzitter Clemens Cornielje is nota bene een partijgenoot van u - heeft al duidelijk te kennen gegeven dat de huidige vakantieregeling prima is, dat er zelfs nog wat meer ruimte kan komen voor bij- en nascholing en dat er 1040 uren lesgeven 'praktisch gezien onmogelijk' te realiseren is voor een school.

"We moeten leraren koesteren," zei u nog bij de uitreiking van de promotiebeurzen. Veel van het overheidsbeleid lijkt daar prima bij aan te sluiten. We zijn het allemaal eens over het feit dat leraar een mooi beroep moet zijn, dat een docent een goede opleiding moet hebben gehad en dat leerlingen moeten worden uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen. Ik hoop dan ook werkelijk dat daarmee conflicterende zaken als prestatieloon, de 1040-urennorm en het terugdringen van vakantiedagen niet zullen doorgaan. Tenzij u of mevrouw Van Bijsterveld eerder aankondigt het wetsvoorstel terug te trekken ga ik donderdag staken voor erkenning en ruimte voor mijn professionaliteit.

Met vriendelijke groeten,

Martijn Wijngaards
Leraar Nederlands op het Canisius College en op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

donderdag 12 januari 2012

Ben een leraar!

Gisteren heb ik gesproken op de nieuwjaarsopening van ROC A12 in Ede. Daar had men mij verzocht een persoonlijke visie te geven op de ontwikkelingen die gaande zijn in het middelbare beroepsonderwijs. Aanwezig waren, behalve collega's van het ROC ook mensen uit het omringende bedrijfsleven en uit de politiek.

In mijn speech heb ik niet geprobeerd om te vertellen wat die laatstgenoemde categorie mensen het beste kan doen. Daar ben ik niet van en daar ga ik niet over. Wel heb ik geprobeerd om inzichtelijk te maken hoe ik zelf handel en hoe ik daarbij zoveel mogelijk plezier heb.Door de directie is een speelveld afgebakend voor de komende jaren en dat wordt voornamelijk beïnvloed door externe ontwikkelingen als bezuinigingen in het onderwijs, vergrijzing van de lerarenpopulatie (in het mbo verlaat de komende 7 jaar ruim 50% de werkvloer!) en het stopzetten van zaken als de 30+-regeling. Het ROC zit middenin een groot aantal ontwikkelingen die ertoe moeten leiden dat de aansluiting blijft met het bedrijfsleven, dat er een nauwe, blijvende samenwerking is met lerarenopleidingen (Hogeschool Utrecht en Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) en dat de huidige werknemers de ruimte krijgen om zich snel en flexibel aan te passen aan de veranderingen die dit alles teweegbrengt.

In het kort komt het erop neer dat ik denk dat je zo goed mogelijk moet zijn in wat je doet. Aan mijn leerlingen leg ik dat wel eens zo uit: stel dat je ontzettend vaardig wil zijn in het spreken en schrijven van de Franse taal. Je zult dan heel hard gaan leren en bij de eerstvolgende toets haal je wellicht al een 9. (Je talent bepaalt hoe stevig je zult moeten aanpakken, maar dat even terzijde...) Vervolgens heb je er aardigheid in, zodat je zult denken dat je nog wel eens zo'n 9 wil halen. Daarom zul je wederom hard gaan studeren en daarop volgt weer een 9. Na verloop van tijd zul je merken dat je minder moeite hoeft te doen om dat niveau vast te houden en dan ben je dus echt top. Dat voelt verschrikkelijk goed.

Natuurlijk heb ik al eerder eens geschreven dat het krijgen van een goede beoordeling, een mooi cijfer, een vorm van erkenning is, een wat minder hoge vorm dan het krijgen van - om maar eens wat te noemen - verantwoordelijkheid, maar niettemin is het in principe oké. (Ook die niveaus van erkenning heb ik wat nader, beter uitgewerkt, zie het schema op het plaatje.)

Natuurlijk zijn er nogal eens mensen die dat ontzettend lastig vinden en dat is alleszins begrijpelijk.
Hoe dan ook, ik denk dat écht top zijn het leuk maakt wat je doet; op je werk, thuis of waar dan ook. Je zult daarbij trouw moeten zijn aan jezelf en aan anderen. Aan eigenwijsheid heeft niemand iets en bovendien is het goed om je te omringen met de juiste mensen; die kunnen jou verder helpen in het leven en zij kunnen jou behoeden voor valkuilen.

Hoog in de pikorde heb ik de belangrijkste boodschap gezet: wees een leraar! Iedereen die een mbo-functie of hoger heeft, zal merken dat die eigenlijk een leraar is, omdat je wel eens kennis zult moeten doorgeven, iets zal moeten uitleggen of zou moeten coachen. Dat betekent dat leraar niet alleen een superbelangrijk beroep is, maar ook een levenswezenlijke attitude. Mensen die zich écht leraar noemen, die heb je nodig. Die mensen geven het goede voorbeeld.

Natuurlijk heb ik nog veel meer verteld, maar daarover heb ik op dit edublog al eens geschreven. Ik hoop wel dat juist de boodschap dat je een leraar bent is blijven hangen gisteren. Dat besef voelen en uitdragen, dat is toch een goed voornemen!

P.S. Ik besef dat mijn piramide lijkt op die van John Wooden, maar die gaat over succes. In navolging van Bas Haring twijfel ik of dat wel is waarnaar ik streef, omdat ik niet precies weet wat dat precies moet zijn.